Attentie

Fout
  • Het template voor deze weergave is niet beschikbaar. Neem contact op met de websitebeheerder.

FAQ

Hieronder een aantal veel gestelde vragen en bijbehorende antwoorden over het lid worden en eventuele andere zaken in de vereniging.

Als ik op 1 mei lid wordt, wat kost het lidmaatschap dan?

Het lidmaatschapsgeld wordt per seizoen berekend. van 1 september tot 1 juli. 10 maanden dus. Als je lidmaatschap per 1 mei ingaat betaal je dus het resterende bedrag tot 1 juli. 2/10 deel van het lidmaatschapsgeld.

Wat zijn de kosten van het schieten?

Je betaald enkel voor de gebruikte spullen die je bij ons koopt. De kaarten waar je op schiet en de munitie dus. Kaartjes kosten ongeveer 10 cent per stuk en een doosje .22 kost momenteel 3 euro. Munitie gaat per doosje van 50. De terugkerende kosten vallen zeker bij aanvang dus reuze mee. De zwaardere kalibers zijn duurder in aanschaf. Voor de exacte prijzen verwijzen we je naar de beheerder waar de lijst met de aktuele prijzen aan de muur hangt.

Wat kost de instroomcursus?

De kosten van de instroomcursus zijn opgenomen in het inschrijfgeld. Denk aan de gratis koffie en thee. Op de zondag een eenvoudige lunch en de gebruikte munitie en kaarten. Overige drank dient wel afgerekend te worden.

Ik schiet enkel met lucht. Moet ik dan ook de instroomcursus volgen?

Ja wij houden niet bij wie enkel lucht schiet en wie niet. De veiligheidsregels zijn voor alle wapens gelijk. De cursus dus ook. Wel zo duidelijk.

Moet ik een wapen huren bij de vereniging?

Het eerste jaar mag je sowieso geen eigen wapen kopen. De verenigingswapens zijn gratis te gebruiken door alle leden. Je mag er niet aan sleutelen en enkel munitie verschieten die je bij ons gekocht hebt. Dit om vervelende situaties te voorkomen met zelf herlade munitie. We proberen van alle soorten bij ons te verschieten kalibers er verschillende wapens bij te hebben zodat je kan uitproberen wat je zelf het prettigst vind schieten.

Lid worden

Uiteraard kunt u lid worden!


De procedure om lid te worden van onze vereniging is veranderd. Niet omdat wij dat willen maar omdat de wetgever ons dit oplegt. Als eerste dient u het aanvraag lidmaatschaps formulier in te vullen! U vindt deze onder de knop lid worden en vervolgens Inschijfformulier.

De volgende stap is het verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag. Het zogeheten VOG. Dit formulier is per 1 augustus gewijzigd. Zodra deze weer beschikbaar is kunt u deze verkrijgen bij de beheerder in de schietkelder. Momenteel is dit dus niet via de website te verkrijgen. Verlofhouders kunnen met een copie van hun verlof volstaan en hoeven dus geen vog aan te vragen! Als u de VOG ontvangen heeft dient u deze in te leveren bij de beheerder in de schietkelder of mee te nemen op de eerste cursusdag.

 

Lees meer: Lid worden

Richten

Het zal u wellicht vreemd voorkomen, maar het gehele  richtproces houdt zich bezig met de richtmiddelen van het wapen en in het  bijzonder de korrel en niet met het doel.
Hoe zit  dit?
Zoals u waarschijnlijk wel weet heeft het menselijk  oog zijn beperkingen. Het is niet in staat het doel, de keep en de korrel  tegelijk scherp in beeld te brengen. Hou dan ook altijd de korrel scherp  in beeld, het doel wordt dan onscherp. Dit is niet erg, omdat het oog altijd wel  onderscheid kan maken tussen de zwartgrijze bal en het wit van de schijf.
Waarom de keep en de  korrel alleen scherp in beeld?
Indien u de keep en de korrel niet scherp in beeld  hebt, is het mogelijk dat de korrel t.o.v. de keep zal verschuiven zonder dat u  er erg in hebt. Eén millimeter afwijking van de korrel t.o.v. de keep, geeft op  25 meter een afwijking van 11-16 cm, dus buiten het zwart van de schijf. Het is  dus belangrijk constant te controleren of de korrel t.o.v. de keep goed staat.
Wat is de goede  stand van de keep en korrel?
De bovenzijde van de korrel moet een horizontale  lijn vormen met de bovenzijde van de keep. Aan beide zijden van de korrel moet  een verticale streep licht te zien zijn van gelijke breedte. (zie figuur 2)


Omdat er geen schutter ter wereld is die zijn arm  absoluut stil kan houden zijn er technieken nodig om toch een hoge score te  bereiken. Eén van deze technieken is het behalen van een z.g. "richtgebied".
Het zal duidelijk zijn, dat het richten op een  gebied, eenvoudiger is dan het richten op de "10".

 

Begin met het kiezen van een ruim richtgebied, b.v. ter grootte  van de zwarte bal op de schijf. Beginnen met een te klein richtgebied zal  resulteren in krampachtige pogingen de richtmiddelen binnen dit gebied te  houden, wat te snel geloste schoten zal opleveren met als gevolg een lage score.  Probeer door steeds een beetje "tegenstuur" te geven de richtmiddelen binnen het  richtgebied te houden. Binnen dit richtgebied mag het wapen gerust bewegen. Door  oefening kan men het richtgebied verkleinen, totdat het niet groter is dan de  9-ring of iets kleiner.
Waar richt men op de  schijf?
Men moet het richtgebied onder de zwarte bal kiezen  en wel zo, dat er een stuk wit van 2 ringen tussen de korrel en de zwarte bal  zichtbaar blijft. (zie figuur 3)


Indien de schutter n.l. zijn korrel tegen de  onderkant van de bal of in de bal zou houden, is hij/zij er nooit zeker van dat  gedurende het bewegen binnen het richtgebied de korrel t.o.v. de keep in de  juiste stand blijft staan, omdat de schijf en de keep-korrel combinatie beide  zwart zijn.

Wanneer het schot afgegeven is, is het zeer belangrijk om "na te richten". Dit houdt in dat U het wapen gedurende 1 of 2  seconden na het vallen van het schot op het doel gericht moet houden. Hierdoor  voorkomt men dat men het wapen reeds zal laten zakken of de spieren ontspant  voordat de kogel de loop verlaten heeft.
Samengevat:
hou altijd de richtmiddelen scherp in beeld, het doel wazig;
hou keep en korrel in de juiste stand t.o.v. elkaar;
kies een richtgebied dat niet te klein is;
zorg altijd dat een hoeveelheid wit boven de korrel zichtbaar  blijft;
richt na alvorens het wapen te laten zakken.

De  ademhaling
De schutter ondervindt doorgaans problemen van de  hartslag. Hoe ontspannen de houding ook is, het ritme van de hartslag zal toch  via de hand op het wapen worden overgebracht.
Als het hart door b.v. wedstrijdspanning of vermoeidheid stevig  tekeer gaat, kan men nauwelijks een goed schot verwachten.
De hartslag kunnen wij laag houden door een goede ademtechniek.
De ademtechniek voor de schutter is erop gericht om behalve op  de natuurlijke manier ook bewust in- en uit te ademen. Bewust ademen maakt de  spierbewegingen vloeiend en geconcentreerd. Dit helpt de schutter in een zeker  ritme te komen.
Als voorbereiding voor het schot wordt, terwijl men in de  houding gaat, normaal ademgehaald. Wanneer de houding eenmaal is aangenomen en  eventueel gecorrigeerd, wordt bewust twee- of driemaal iets dieper ademgehaald  en op een ontspannen manier uitgeademd. Dit ontspant de spieren. Niet diep  genoeg inademen heeft geen resultaat; te diep ademen maakt duizelig.
Na het dieper ademhalen, ademt men weer normaal, als laatste  voorbereiding van het schot.
Tijdens de laatste keer inademen voor het schot, heft men de  schietarm vanuit de ruststand omhoog langs de kortste weg naar het richtgebied.  Dus niet eerst richting plafond en dan laten zakken tot op de schijf; dit belast  de arm alleen maar nodeloos.

Op dit moment houdt men de adem in. De reden hiervan is dat de  borstkas, de buik, de schouders en de schietarm tijdens het ademhalen bewegen en  dat is nou juist datgene wat de schutter wil vermijden. Om het hart niet te  zwaar te belasten en de hartslag toch zo regelmatig te houden, is het wenselijk  als er wat lucht in de longen achterblijft. Dat is de reden waarom veel  schutters tijdens het uitademen schieten.
Als het schot niet binnen 8 á  10 seconden gevallen is, laat dan  de arm zakken, adem enige keren rustig in en uit en begin opnieuw. Na 10 sec.  Richten zal iedere schot zo goed als zeker mis zijn. Daarnaast is het een  indicatie dat de schutter niet zeker is dat hij/zij goed zal scoren.
Het is altijd beter het richtproces te onderbreken en zo in  ieder geval geen lage punten te schieten.

Samengevat:
adem normaal tijdens het in de houding gaan;
als men in de houding staat, adem dan 2 of 3 keer iets dieper  en adem ontspannen uit;
hef, tijdens het laatste keer inademen voor het schot de  schietarm rustig richting de schijf;
adem half uit en hou de adem dan vast;
valt het schot niet binnen 8 á 10 seconden, zet dan het wapen  vast en begin opnieuw;
beter het richtproces te onderbreken dan een slecht schot af  te leveren.

Trekkerdruk en  het afvuren
Vanaf het moment dat het wapen vanuit de ruststand  omhoog gebracht wordt, moeten de ogen op keep-korrel worden gericht en het richtgebied controleert, begint de trekkervinger de trekkerdruk op te bouwen. Driekwart van  de druk om de trekker over te halen moet reeds opgebouwd zijn op het moment dat  de richtmiddelen de onderzijde van de schijf bereiken.
In die beweging is weer een moment, na tenminste 3 seconden  echter niet langer dan 10 seconden, dat het schot zal vallen.
De druk op de trekker moet van 3/4 op 4/4 overgaan op het moment  dat de richtmiddelen ongeveer het richtgebied bereiken.
Het overhalen van de trekker, dus het afvuren van het schot is  het moeilijkste onderdeel van het schieten en moet dan ook tot in de treuren  worden geoefend.
De trekkervinger moet met het midden van het voorste kootje  contact maken met de trekker. Niet met het topje of met het scharnier tussen het  1e en het 2e kootje, daar dit zeker een afwijkend schot  zal opleveren door de zijdelingse druk.
De trekker moet absoluut recht naar achteren worden bewogen in  een ononderbroken beweging.
Wat uitermate belangrijk is, is dat het schot "onbewust"  afgaat. De trekkerdruk moet dusdanig langzaam worden opgebouwd dat men niet weet  wanneer het schot zal vallen. Dit is de enige manier om te voorkomen dat door  het plotseling of snel aanspannen van de spieren het wapen beweegt op het moment  dat het wapen afgaat.

De tegenhanger van "onbewust" afdrukken is het "bewust"  afdrukken. Dit is erg eenvoudig. De schutter gaat in de houding, mikt, ziet de  "10" voorbijkomen en drukt zo snel mogelijk af. Deze manier van afdrukken is  gebaseerd op de vermeende snelle reactie van de schutter, een reactie die altijd  net niet snel genoeg zal blijken te zijn.
Er worden in het laatste geval 2 grote fouten gemaakt:
de schutter keek naar de schijf i.p.v. de richtmiddelen;
het aanspannen van de spieren zal automatisch de schietarm  bewegen.
Kies uw richtgebied niet te klein want dan ontstaat de  situatie dat tijdens het opbouwen van de trekkerdruk U plotseling de  richtmiddelen uit het richtgebied ziet gaan, vervolgens stopt de opbouw van de  trekkerdruk, de trekkervinger ontspant zich.
Wanneer het richtgebied weer voor de richtmiddelen komt zal de  trekkerdruk waarschijnlijk niet soepel maar snel worden opgebouwd met het risico  dat het schot te snel of volledig onverwacht afgaat.
Na het opheffen van de arm is er een korte periode dat men het  wapen redelijk stil kan houden. Deze periode bedraagt 6 á 8 seconden voordat het  ongecontroleerd bewegen van de schietarm begint. Als ná het verstrijken van  deze periode het schot niet onbewust afgegaan is, zet dan het wapen af, om niet  alsnog bewust te vuren. Dit vereist zelfbeheersing en zelfdiscipline maar moet  toch een automatisme worden. Dit moet dan ook veelvuldig geoefend worden en zal  zeker de moeite lonen

Rooster

DAG DATUM BEHEERDER BAR BIJZONDERHEDEN
Vrijdag 27-04-12 Marcel Ronald

Zaterdag-middag 28-04-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 28-04-12 Andy

Maandag 30-04-12 Remon
Koninginnedag
Dinsdag 1-05-12 Pieter

Woensdag 2-05-12 Henk T. / René

Donderdag 3-05-12 Arnold

Vrijdag 4-05-12 Gesloten

Doden Herdenking
Zaterdag-middag 5-05-12 Gesloten

Bevrijdingsdag
Maandag 7-05-12 Remon

Dinsdag 8-05-12 Pieter

Woensdag 9-05-12 Henk T. / René
Bestuursvergadering
Donderdag 10-05-12 Magda

Vrijdag 11-05-12 Frans

Zaterdag-middag 12-05-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 12-05-12 Andy

Maandag 14-05-12 Remon

Dinsdag 15-05-12 Pieter

Woensdag 16-05-12 Henk T. / René

Donderdag 17-05-12

Hemelvaart
Vrijdag 18-05-12 Arnold

Zaterdag-middag 19-05-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 19-05-12 Heng G.

Maandag 21-05-12 Remon

Dinsdag 22-05-12 Pieter

Woensdag 23-05-12 Henk T. / René

Donderdag 24-05-12 Gerard

Donderdag 24-05-12 Henk G.
GKG Amersfoort
Vrijdag 25-05-12 Andy

Zaterdag-middag 26-05-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 26-05-12 Cor

Maandag 28-05-12 Remon

Dinsdag 29-05-12 Pieter

Woensdag 30-05-12 Henk T. / René

Donderdag 31-05-12 Magda

Vrijdag 1-06-12 Marcel

Zaterdag-middag 2-06-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 2-06-12 Arnold

Maandag 4-06-12 Remon

Dinsdag 5-06-12 Pieter

Woensdag 6-06-12 Henk T. / René

Donderdag 7-06-12 Frans

Vrijdag 8-06-12 Arnold

Zaterdag-middag 9-06-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 9-06-12 Andy

Maandag 11-06-12 Remon

Dinsdag 12-06-12 Pieter

Woensdag 13-06-12 Henk T. / René
Bestuursvergadering
Donderdag 14-06-12 Arnold

Vrijdag 15-06-12 Andy

Zaterdag-middag 16-06-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 16-06-12 Cor

Maandag 18-06-12 Remon

Dinsdag 19-06-12 Pieter

Woensdag 20-06-12 Henk T. / René

Donderdag 21-06-12 Andy

Donderdag 21-06-12 Henk G. & Frans
GKG Amersfoort
Vrijdag 22-06-12 Magda

Zaterdag-middag 23-06-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 23-06-12 Marcel

Maandag 25-06-12 Remon

Dinsdag 26-06-12 Pieter

Woensdag 27-06-12 Henk T. / René

Donderdag 28-06-12 Gerard

Vrijdag 29-06-12 Cor

Zaterdag-middag 30-06-12 Hans
Militair pistool
Zaterdag-middag 30-06-12 Arnold

Schotbeeldanalyse

Gewoonlijk kunnen de huidige wapens en munitiesoorten vele malen meer presteren dan de schutter zelf. Toch krijgt de sportschutter regelmatig te maken met "afzwaaiers", waarbij hij/zij dan blijkbaar de reden bij zichzelf dient te zoeken. Schotbeelden op de schijven kunnen zeer veel over de handelingen van de schutter vertellen als men deze schijven wil bestuderen. Bij de hierna volgende uitleg gaan wij ervan uit dat het richtbeeld correct was op het moment dat de trekker werd doorgedrukt. Vaak zal de schutter niet willen geloven dat hij/zij een fout maakte, omdat de opslag op het laatste moment de fout verdoezelt. Hij wordt echter wel gemaakt. Een methode om dit te ontdekken is het wapen door een medeschutter te laten laden met een combinatie van scherpe patronen en dummy's of lege hulzen. De schutter weet nu niet wanneer een schot volgt of dat de slagpin op een dummy valt en kan nu bij de dummy constateren of er een fout gemaakt wordt daar er nu geen terugstoot is die de fout verbergt.
Om vervolgens schotbeelden op de schijf te analyseren spreken wij af dat we de schijf verdelen als de cijfers van de klok. De bovenkant van de schijf is 12 uur, de onderkant is 6 uur, midden rechts is 3 uur, etc.
Nu zullen wij de 8 meest voorkomende fouten met het bijbehorend schotbeeld bekijken. Het verhaal is gebaseerd op de rechtshandige schutter, voor linkshandige schutters gelden de tegenovergestelde schietbeelden

 

Een schutter die regelmatig zijn schoten plaatst in een zone tussen 2:30 en 3:00 maakt zich schuldig aan "duimen", van het wapen. Op het moment dat het schot valt of juist daarvoor, drukt hij met zijn duim tegen het wapen waardoor de richtlijn naar rechts wordt verlegd. (fig. 1)
Schoten tussen 1:00 en 2:30 uur zijn veroorzaakt doordat de schutter, het schot verwachtend, de greep op het laatste moment opduwt met de pinkzijde (de hiel) van de hand. Hierdoor beweegt de korrel zich naar rechtsboven. (fig. 2)
De schutter verstevigt zijn greep op het moment dat er wordt afgedrukt. Hij grijpt als het ware. Deze beweging brengt de korrel laag naar rechts en de schoten vallen in de 3:30 tot 5:00 uur zone ook kan het wapen lichtelijk op z'n kant gehouden zijn. (fig. 3)
Rukken" aan de trekker brengt de loop naar linksonder, waardoor de treffers in de 6:30 tot 8:00 uur zone terecht kwamen. Rustig de trekkerdruk vergroten is hier de remedie. Ook hier zou het wapen "verkant" kunnen zijn. (fig. 4)
Een trekkervinger die te ver in de beugelkrop en rond de trekker wordt gelegd zal de neiging hebben de trekker naar links te drukken, in plaats van recht naar achteren. Hierdoor zullen de schoten in de 8:30 tot 9:00 uur zone vallen. (fig. 5)
"Riding the recoil", d.w.z. dat de schutter de opslag verwacht en deze als het ware zelf inzet voordat deze plaatsvindt geeft treffers in de 9:30 tot 12:00 uur zone. Narichten brengt hier de oplossing. Schoten in deze zone kunnen ook veroorzaakt worden door de trekkervinger te snel van de trekker te  halen nadat de trekkernok de haan heeft vrijgegeven. (fig. 6)
Een serie schoten liggende tussen 5:00 en 6:00 uur wordt veroorzaakt doordat de schutter zijn pols "breekt", d.w.z. dat de schutter de terugstoot verwacht en deze probeert op te vangen door zijn pols naar beneden te brengen. Hij denkt op deze manier de terugstoot te verminderen door "tegendruk" te geven. (fig. 7)
Een schotbeeld zoals hiernaast is weergegeven kan slechts geschoten zijn door een weinig constante schutter, b.v. zijn greep steeds wisselend, zijn ogen instellend op de schijf i.p.v. de richtmiddelen, oftewel steeds iets anders doend. Het is ook mogelijk dat de schutter een of meer series teveel heeft geschoten en/of vermoeid is. Inpakken en onderzoeken wat hij fout  doet en wat hieraan te doen is! B.v. droogtrainen en de algemene conditie verbeteren. (fig. 8)