Het zal u wellicht vreemd voorkomen, maar het gehele  richtproces houdt zich bezig met de richtmiddelen van het wapen en in het  bijzonder de korrel en niet met het doel.
Hoe zit  dit?
Zoals u waarschijnlijk wel weet heeft het menselijk  oog zijn beperkingen. Het is niet in staat het doel, de keep en de korrel  tegelijk scherp in beeld te brengen. Hou dan ook altijd de korrel scherp  in beeld, het doel wordt dan onscherp. Dit is niet erg, omdat het oog altijd wel  onderscheid kan maken tussen de zwartgrijze bal en het wit van de schijf.
Waarom de keep en de  korrel alleen scherp in beeld?
Indien u de keep en de korrel niet scherp in beeld  hebt, is het mogelijk dat de korrel t.o.v. de keep zal verschuiven zonder dat u  er erg in hebt. Eén millimeter afwijking van de korrel t.o.v. de keep, geeft op  25 meter een afwijking van 11-16 cm, dus buiten het zwart van de schijf. Het is  dus belangrijk constant te controleren of de korrel t.o.v. de keep goed staat.
Wat is de goede  stand van de keep en korrel?
De bovenzijde van de korrel moet een horizontale  lijn vormen met de bovenzijde van de keep. Aan beide zijden van de korrel moet  een verticale streep licht te zien zijn van gelijke breedte. (zie figuur 2)


Omdat er geen schutter ter wereld is die zijn arm  absoluut stil kan houden zijn er technieken nodig om toch een hoge score te  bereiken. Eén van deze technieken is het behalen van een z.g. "richtgebied".
Het zal duidelijk zijn, dat het richten op een  gebied, eenvoudiger is dan het richten op de "10".

 

Begin met het kiezen van een ruim richtgebied, b.v. ter grootte  van de zwarte bal op de schijf. Beginnen met een te klein richtgebied zal  resulteren in krampachtige pogingen de richtmiddelen binnen dit gebied te  houden, wat te snel geloste schoten zal opleveren met als gevolg een lage score.  Probeer door steeds een beetje "tegenstuur" te geven de richtmiddelen binnen het  richtgebied te houden. Binnen dit richtgebied mag het wapen gerust bewegen. Door  oefening kan men het richtgebied verkleinen, totdat het niet groter is dan de  9-ring of iets kleiner.
Waar richt men op de  schijf?
Men moet het richtgebied onder de zwarte bal kiezen  en wel zo, dat er een stuk wit van 2 ringen tussen de korrel en de zwarte bal  zichtbaar blijft. (zie figuur 3)


Indien de schutter n.l. zijn korrel tegen de  onderkant van de bal of in de bal zou houden, is hij/zij er nooit zeker van dat  gedurende het bewegen binnen het richtgebied de korrel t.o.v. de keep in de  juiste stand blijft staan, omdat de schijf en de keep-korrel combinatie beide  zwart zijn.

Wanneer het schot afgegeven is, is het zeer belangrijk om "na te richten". Dit houdt in dat U het wapen gedurende 1 of 2  seconden na het vallen van het schot op het doel gericht moet houden. Hierdoor  voorkomt men dat men het wapen reeds zal laten zakken of de spieren ontspant  voordat de kogel de loop verlaten heeft.
Samengevat:
hou altijd de richtmiddelen scherp in beeld, het doel wazig;
hou keep en korrel in de juiste stand t.o.v. elkaar;
kies een richtgebied dat niet te klein is;
zorg altijd dat een hoeveelheid wit boven de korrel zichtbaar  blijft;
richt na alvorens het wapen te laten zakken.

De  ademhaling
De schutter ondervindt doorgaans problemen van de  hartslag. Hoe ontspannen de houding ook is, het ritme van de hartslag zal toch  via de hand op het wapen worden overgebracht.
Als het hart door b.v. wedstrijdspanning of vermoeidheid stevig  tekeer gaat, kan men nauwelijks een goed schot verwachten.
De hartslag kunnen wij laag houden door een goede ademtechniek.
De ademtechniek voor de schutter is erop gericht om behalve op  de natuurlijke manier ook bewust in- en uit te ademen. Bewust ademen maakt de  spierbewegingen vloeiend en geconcentreerd. Dit helpt de schutter in een zeker  ritme te komen.
Als voorbereiding voor het schot wordt, terwijl men in de  houding gaat, normaal ademgehaald. Wanneer de houding eenmaal is aangenomen en  eventueel gecorrigeerd, wordt bewust twee- of driemaal iets dieper ademgehaald  en op een ontspannen manier uitgeademd. Dit ontspant de spieren. Niet diep  genoeg inademen heeft geen resultaat; te diep ademen maakt duizelig.
Na het dieper ademhalen, ademt men weer normaal, als laatste  voorbereiding van het schot.
Tijdens de laatste keer inademen voor het schot, heft men de  schietarm vanuit de ruststand omhoog langs de kortste weg naar het richtgebied.  Dus niet eerst richting plafond en dan laten zakken tot op de schijf; dit belast  de arm alleen maar nodeloos.

Op dit moment houdt men de adem in. De reden hiervan is dat de  borstkas, de buik, de schouders en de schietarm tijdens het ademhalen bewegen en  dat is nou juist datgene wat de schutter wil vermijden. Om het hart niet te  zwaar te belasten en de hartslag toch zo regelmatig te houden, is het wenselijk  als er wat lucht in de longen achterblijft. Dat is de reden waarom veel  schutters tijdens het uitademen schieten.
Als het schot niet binnen 8 á  10 seconden gevallen is, laat dan  de arm zakken, adem enige keren rustig in en uit en begin opnieuw. Na 10 sec.  Richten zal iedere schot zo goed als zeker mis zijn. Daarnaast is het een  indicatie dat de schutter niet zeker is dat hij/zij goed zal scoren.
Het is altijd beter het richtproces te onderbreken en zo in  ieder geval geen lage punten te schieten.

Samengevat:
adem normaal tijdens het in de houding gaan;
als men in de houding staat, adem dan 2 of 3 keer iets dieper  en adem ontspannen uit;
hef, tijdens het laatste keer inademen voor het schot de  schietarm rustig richting de schijf;
adem half uit en hou de adem dan vast;
valt het schot niet binnen 8 á 10 seconden, zet dan het wapen  vast en begin opnieuw;
beter het richtproces te onderbreken dan een slecht schot af  te leveren.

Trekkerdruk en  het afvuren
Vanaf het moment dat het wapen vanuit de ruststand  omhoog gebracht wordt, moeten de ogen op keep-korrel worden gericht en het richtgebied controleert, begint de trekkervinger de trekkerdruk op te bouwen. Driekwart van  de druk om de trekker over te halen moet reeds opgebouwd zijn op het moment dat  de richtmiddelen de onderzijde van de schijf bereiken.
In die beweging is weer een moment, na tenminste 3 seconden  echter niet langer dan 10 seconden, dat het schot zal vallen.
De druk op de trekker moet van 3/4 op 4/4 overgaan op het moment  dat de richtmiddelen ongeveer het richtgebied bereiken.
Het overhalen van de trekker, dus het afvuren van het schot is  het moeilijkste onderdeel van het schieten en moet dan ook tot in de treuren  worden geoefend.
De trekkervinger moet met het midden van het voorste kootje  contact maken met de trekker. Niet met het topje of met het scharnier tussen het  1e en het 2e kootje, daar dit zeker een afwijkend schot  zal opleveren door de zijdelingse druk.
De trekker moet absoluut recht naar achteren worden bewogen in  een ononderbroken beweging.
Wat uitermate belangrijk is, is dat het schot "onbewust"  afgaat. De trekkerdruk moet dusdanig langzaam worden opgebouwd dat men niet weet  wanneer het schot zal vallen. Dit is de enige manier om te voorkomen dat door  het plotseling of snel aanspannen van de spieren het wapen beweegt op het moment  dat het wapen afgaat.

De tegenhanger van "onbewust" afdrukken is het "bewust"  afdrukken. Dit is erg eenvoudig. De schutter gaat in de houding, mikt, ziet de  "10" voorbijkomen en drukt zo snel mogelijk af. Deze manier van afdrukken is  gebaseerd op de vermeende snelle reactie van de schutter, een reactie die altijd  net niet snel genoeg zal blijken te zijn.
Er worden in het laatste geval 2 grote fouten gemaakt:
de schutter keek naar de schijf i.p.v. de richtmiddelen;
het aanspannen van de spieren zal automatisch de schietarm  bewegen.
Kies uw richtgebied niet te klein want dan ontstaat de  situatie dat tijdens het opbouwen van de trekkerdruk U plotseling de  richtmiddelen uit het richtgebied ziet gaan, vervolgens stopt de opbouw van de  trekkerdruk, de trekkervinger ontspant zich.
Wanneer het richtgebied weer voor de richtmiddelen komt zal de  trekkerdruk waarschijnlijk niet soepel maar snel worden opgebouwd met het risico  dat het schot te snel of volledig onverwacht afgaat.
Na het opheffen van de arm is er een korte periode dat men het  wapen redelijk stil kan houden. Deze periode bedraagt 6 á 8 seconden voordat het  ongecontroleerd bewegen van de schietarm begint. Als ná het verstrijken van  deze periode het schot niet onbewust afgegaan is, zet dan het wapen af, om niet  alsnog bewust te vuren. Dit vereist zelfbeheersing en zelfdiscipline maar moet  toch een automatisme worden. Dit moet dan ook veelvuldig geoefend worden en zal  zeker de moeite lonen

GKG Amersfoort

Ook in 2018 kunnen we weer terecht in Amersfoort op de 100 meter baan. Noteer ze in je agenda. We hebben nog niet alle data doorgekregen maar tot oktober staan ze hieronder.
De prijs van de jaarkaart voor 2018 is nu 75€. Met een jaarkaart kan je elke hieronder aangegeven datum schieten in Amersfoort. Losse avonden kosten 10€ per keer.
 
25-01-2018   12-07-2018
22-02-2018   09-08-2018
22-03-2018   06-09-2018
19-04-2018   04-10-2018
17-05-2018   01-11-2018
14-06-2018   29-11-2018
    27-12-2018
 

E-boekhouden

Recreatief schieten / bedrijfsuitje

Regelmatig krijgen wij de vraag of er ook bedrijfsuitjes te organiseren zijn binnen onze vereniging. Hierover kan ik heel kort zijn: Nee die mogelijkheid bieden wij niet aan. We zijn een vereniging en dus zonder winstoogmerk. Verder is het heel lastig uit te leggen naar de politie als er iets zou gebeuren. Hiernaast zijn we er niet voor verzekerd en zijn de deelnemers dat dus ook niet.

Whatsapp groep Flevoschutters

Copyright © 2018 sv de Flevoschutters. Alle rechten voorbehouden.
Joomla! is vrije software uitgegeven onder de GNU/GPL Licentie.
Artikelen bekeken hits
495798
Cookies maken het voor ons makkelijker om u van dienst te zijn en worden enkel gebruikt voor website statistieken.